een eindhovens soort ik
Eindhoven
Daar woon ik
Ik vul het ook in
Als plaats
Op formulieren
Eindhoven
Ze is aanweziger
Dan
Een naam alleen
Eindhoven
Het klinkt tezaam
Met mijn naam
Mijn lichaam
Het prestigieuze Eindhoven
Eindhoven
Ik zit er
In een kamer
En beschrijf er
De aanwezigheid van een stad
Ik bezoek de stad niet
Ik woon er
–
door
het raam
naar woorden kijken
woorden
zijn er
niet te zien
niet
de woorden
die ik schrijven
wil
woorden
die passen
bij het wit
–
ik vergeet
ik weet
ik ben niet bezig met
herinneren
herinneringen
houden mij niet bezig
ze houden mij van mijn werk
dit innerlijk
houdt me bezig
dit innerlijk
is
het inwendige van het nu
waar alles
nog herinnerd moet worden
waar alles zweemt naar vergetelheid
–
je moet je dromen dromen
je moet meer zien
dan er te zien is
je moet boven het geziene uit kijken
je moet zien
wat niemand anders ziet
je dromen
zijn
je leven
–
Jongerius
Het borduursel
Overstroomt
Het bord
Het bord
Verweven
Met het tafelkleed
Men eet
Gehecht
Aan
Eten
Men knoeit
Al vormgevend
–
MUNCH I
De gele boom
Een stroom van licht
De gele boom
Die ligt
Tot tunnel wordt
–
h
MUNCH II
het schilderij staat buiten
et weer is medeschilder
het weer corrigeert het schilderij
brengt echtheid aan
brengt elementen in
buiten laat het schilderij zich voltooien
de geschilderde natuur
natuurlijker
–
is
de letter de kleur
vang ik aan
te beginnen
diep
in het begin
van
het vleeswoord
is
in het hart van
de beweging
de stilstand
en
spreekt
de stilte zich uit
aan
het begin
–
vanuit
het wit
dit vlees
te lezen als
een woord
dat bloedt
de ruimte
tegemoet
onderhuids
is het veilig
taal
–
een zon
een boom
woorden
die poseren
woorden
die
pulseren
–
rood
is het karakter van het paard
het rood
dat buiten de lijnen treedt
het rood
oneerbiedig voor de grenzen
gesteld aan de gestalte
rood
is ook het potlood van de tekenaar
hij kleurt het paard
zoals hij een deur verft
de werkelijkheid voldoet
aan de hem gegeven kleur
maar niet de kunst
ijverig wordt gewerkt aan herkenbaarheid
–
als alles
zo rood
als rood
het beeld
is woord geworden
stom en dood
appels
zijn
peren
in de grond
van
worden
waarin alleen alles mogelijk is
–
een duif in mijn tuin
als enige
het grijs
in mijn tuin
in wintertijd
een roekoe doend wezen
de mythologie ontstegen
het is vrede
bloei bezworen
de revoluties zijn elders
en nodiger aldaar
hier
de status quo van winter
bladeren
omvergeworpen
of eerder gekeerd
als wijnflessen
in een kelder
–
wat er
te zien is
te lezen
te melden
het zichtbare
kijk:
het zichtbare
–
beeldloos
de tijd
en daarom
onverwoordbaar
er is geen beeld
dat spreekt
namens de tijd
wie tijd zegt
voelt pijn
–
hebben woorden
een bepaalde werkelijkheid
houden woorden
een werkelijkheid in
wat voor werkelijkheid
vertegenwoordigen
deze woorden
ik noem geen datum
vermeld geen feiten
–
wat ik zeg
is
het benoemde zeggen
door
de woordnatuur
waar het windstil is
betekenisstil
zeggen
is me bewegen
tastend
in
het blinde van de taal
–
EGYPTE 2001
Zij schreeuwen
De macht is doof
Twee straaljagers
Scheren over het mensgevulde plein
Macht maakt lawaai
En bang
Zij hebben de macht
Wij de machteloosheid
Wij hebben de wanhoop
Wij zijn eerlijke desperadoxe2x80x99s
We werpen oneetbare stenen
In de veronderstelling
Dat men brood teruggooit
Omvergereden
Uiteengereten
Weten wij
De vernietiging schept ons
–
geen gedachte formuleren
maar woorden
losstaand
van elke gedachte
woorden als
een zelfstandig geheel
welk beeld
voelt zich
tot deze woord aangetrokken
welke beelden
voegen zich
bij
het
woord
–
ECONOMIE 2011
Papier
Is papier waard
xe2x80x9cGoud hierxe2x80x9d
Roept Holle Bolle Gijs
De Bonusbankier
Oude kleren
Met de beeltenis van helden
Bankbiljetten voelen
Als geschiedenis aan
We geloven in getallen
In grote getale
–
buitenshuis
neemt de wind
in kracht toe
het gaat
steeds harder waaien
binnenshuis
steeds gelijkmatiger
het ademen
–
geen vogel strijkt hier neer
maar een woord
het zwart van inkt
daalt neer
en wordt
over de hele bladzij uitgesmeerd
is dat woord te volgen
te determineren
–
deze meningloosheid aftasten
dit gebrek aan persoonsmanifestatie
dit heelal om in te vallen
omdat het zo groot is
en zo immens
en
ik heel het leven voel
dit
zoek
aftasten
–
het kruipen van muizen
of het vluchten
zie je ooit een muis flaneren
opgejaagd door knaagbehoefte
is een muis
een krakend geritsel
waaruit hij opspuit
als een opeensheid
het kleine
maar plotselinge
dat ons schrik aanjaagt
een minieme vluchtige
apocalyptische ruiter
–
het was al die tijd
duidelijk
nu niet meer
iets
van een vroegere
onduidbaarheid
daalt nu neer
daalt
neer in het nu
met de nieuwe
interpretatie
begint
de volledige
desintegratie
–
er is geen klok
we geven elkaar
levenslang de schuld van
het onvergeeflijk bij elkaar zijn
wij zijn nu
het bijeen
veroordeeld
tot een onontkoombaar
bij elkaar
dit samenzijn
wordt door geen klokslag verbroken
we zijn
door de hete stilte van de tijd
aaneengesmeed
–
