Vrede
Heel de wereld
Nacht
Het gordijn
Van de wereld
Sluiten
Het licht
Van de wereld
Uitdoen
Heel dit leven
Een woest stromen
Naar deze vrede
Dit helder zijn
In de nacht
Als ik ben
Als ik ooit werkelijk iets ben
Dan is dat het zijn
Van deze nacht
–
zonder verklaring
– Wa –
er is zo weinig
te begrijpen
als je
alleen maar ziet
wat er is
deze helderheid
van maan
nacht
ster
deze duidelijkheid
–
VERBLUFFEND
In de nacht
Niet zomaar
Een blaffen
Maar
Een ver
Blaffen
Een eenzaam blaffen
Het enige geluid
Dat er te horen is
Een geluid
Met heel de ruimte
Van het donker
In zich
–
Ik ga voor rust
De grootsheid van
Vergetelheid
Ik neem alle vormen terug
Om hen te overdenken
Overdekken met mijn slaap
Als as
Ik ga voor rust
Neem wraak op al het ontstaan
Waarin ik niet gekend ben
Niet mee heb mogen gaan
Ik ga voor dood
Dat wat men kent
Daarom moet men treuren
Elke vorm is gemaakt
Om te verscheuren
–
Ik geniet
Van de ont-
Politiekte mist
Gewoon
Over de velden
De wegen
De lantaarns
Die licht
En richting geven
En kleur verstuiven
Ik geniet van alles
Wat niets is
Ik geniet van het halve
Dat de voorwerpen belijden
Het omslachtige van
De bedoeling in de nacht
De duistere reden
–
Ik zag bij nacht
Machines graven
Vol overgave
In de stadslichten
Het feest van werk
Gevierd
Op het plein
Waar mensen
Te wandelen plachten
Graafmachines
Bij nacht
–
Nachtverzen
I
-
In
Deze stilte ben ik
-
In
Deze stilte
Ben ik de enige
Met
-
De mogelijkheid tot
Geluid
-
Alles staat
Stevig op zijn plaats
Roerloos
-
Ook de woorden
-
Geen enkele
Valt er
-
II
-
Kamer
Na de jazz
Na de namen die
-
Ik spelde
Breekpunt voor
-
Breekpunt
-
Het noemen is
Op
-
III
-
Punt
-
Meer
Kan ik eigenlijk
Niet zeggen
-
Punt
-
En zelfs dat
Is eigenlijk
-
(Hoe weinig
Het ook is)
-
Te veel
-
Een punt
Is
Een punt teveel
–
-
-
Onder de sterren
Ligt het werk stil
-
Machines wisselen
Onderling vrede uit
-
Op de bouwplaats
Is het nacht
-
Alles
Reikt
Oneindig
Naar voltooiing
-
–
Ik kan niet slapen
Ik reis met open ogen
Naar de morgen toe
Door het landschap van gevoel
Ik ben mij
Elke minuut bewust
Van elke minuut
Bewust
Ik rust
En ik vind geen rust
Met open ogen
Op reis
Door de slapeloze nacht
Ik voel
Al mijn gevoel
Ik reis
En weet niet
Waar de morgen ligt
–
PROPORTIE
Een ster is bedoeld
Om klein te blijven
Alleen voor zichzelf
En zijn medesterren
Is hij oneindig groot
Een ster
Is veraf
Het meest op zijn plaats
Alleen zijn lichtje
Mag 's nachts af en toe
Wat dichterbij
Een ster
Is eigenlijk een sterretje
Zoals het daar staat
–
DE STABILITEIT DER VERSCHIJNSELEN
Het hengsel van de emmer
dat na lang rechtop staan
valt of zich neerlegt.
Hoe dan ook
in ieder geval
mij doet schrikken als
een plotse inval,
een doodsbericht.
Pas na de grote schrik
als ik heb vastgesteld
dat het
het hengsel van een emmer was
dat ik hoorde.
Als enig veranderlijk geluid
in de onveranderlijke nacht
weet ik:
xe2x80x9cHet is zijn natuur
om zo te klinken,
zo onverwachtxe2x80x9d
–
Een wakker gedicht
waar ik aan denk
midden in de nacht
ik kan het niet zeggen
nu ik het moet benoemen
opeens
laat niets zich meer zeggen
verdwijnt alles
eenmaal aangewezen
om te ontkomen aan een naam
een wezen
waar ik aan denk
ik weet het niet meer
ik knip het licht aan
en alles
waaraan ik zou kunnen denken
laat zich zien
ik denk niet meer
nu
alles zich laat zien
–
De nacht is jong
En donker
Het atletisch duister
Rept zich
Alle richtingen in
En wil duren
En wil zich eeuwig laten duren
Oh lichamelijke eeuwigheid
Vernietigende eeuwigheid
–
Acht
Wie liet er in de nacht
Een cijfer achter
Of viel vannacht dit cijfer
Gewoon uit de hemel
Een verre vreemde acht
De hoeveelheid van iets onbekends
Met de waarde van zichzelf
Acht
Het getal heeft tot zichzelf geteld
Het heeft zichzelf geabstraheerd
Want zeg me
Wat is acht in wezen
Wat heb je nu daadwerkelijk aan acht
Enkel
Het concrete is
Te lezen en te vrezen
–
Zijn dit wel lantaarns aan het water
Zijn dit niet eerder de knoopjes
Van een heel lang nachthemd
De blinkende knoopjes
Zijn dit niet eerder
De tanden van een prachtig monster
Dat mij verschalkt en toelacht
Oh geluk
Verslind me
Oh nachtelijk geluk
Vermaal me
Ach
Ik ben al malende
–
je komt bij nacht
de sleutels lenen
een ander komt
des morgens
vertellen van het ongeluk
ik word
door bezoekers
opgeschrikt
er wordt
aangebeld
ik wil niets weten
nergens meer schuld aan hebben
ik doe niet open
met elke handeling
help je
het noodlot een handje
–
die ene nacht met jou
die ik onvergetelijk acht
ik moet er steeds aan denken
niet dat ik hem mij herinner
maar jij herinnert mij eraan
ik weet niet
wat voor nachten
er zullen volgen op
die ene nacht
ik weet alleen
dat ik 56 ben
en de nachten ken
ik weet
dat jij het mooist bent
het meest dichtbij bent
die ene ene nacht
die ene nacht
die ik voor me zie
als ik je zie
die ene nacht
die voorlopig
de enige nacht is
ik zie jou
en kan niet verder kijken dan
die ene xe2x80x9cone night with youxe2x80x9d
–
In
De nacht
Is
De regen
Het enige
Dat te horen is
Dat valt
Je kunt
De regen horen
Vallen
Als
Die ene speld
Je kunt
De regen horen
Vallen
–
Een handdoek over de kooi
En het is nacht voor
De papegaai
Hij zwijgt
Het firmament toe
Hij is geen wolf
Die het donker aanhuilt
Of
Een kat die jammert
Een papegaai
Gehoorzaamt
Het duister
Hij praat
De stilte na
–
GELUKSNACHT
Geluk willen vasthouden. Dat was het streven van dit schrijven. Of het me gelukt is weet ik niet. Evenmin weet ik of dit voor de eeuwigheid is bestemd.
Willem Adelaar
I
Zo kan het tenslotte ook. De rust van alle gestorven dieren. De vrede van hun eeuwige glimlach. In deze nacht weerklinkt geen enkele weeklacht. Ik hoor de pijnloosheid van de dood.
II
Zo moet het zijn. Zo. Als deze onverwachte nacht, waarop ik tot aan de morgen schrijf. De morgen aanschrijf. Met pen rijg ik dag aan nacht. Zo moet het zijn. De nacht die haast ongemerkt in de dag overgaat. Ze maakt geen geluid. De wereld maakt geluid. Zo stil moet het licht worden. Zo vredig moet de nacht voortduren. Een nacht bij dag.
III
Oh geliefde nacht. Ik schrijf je. Ik schrijf je maan. Ik schrijf je sterren. Ik schrijf je. Maar ik schrijf je niet op, want ik wil je blijven schrijven. Oh geliefde nacht. Toe. Lees dit donker. Lees dit vederlichte donker. Lees deze flinterdunne nevelsluier, waarmee ik jou onzichtbaar maak.
IV
Oh geliefde nacht. Toe. Lees deze hele bladzij leeg. Lees al wat ik vergeet. Lees al wat ik vergeten wil en moet. Oh geliefde nacht. Houd me bij mijn schrijven vast. Klamp je vast aan de cadans van deze pen, die jou geen pijn zal doen. Oh geliefde nacht. Ik leid je het lijden uit.
V
Houd de mist vast. Kluwen nevels weven zich tot ijle droom. Houd deze nachtmist vast. Oh zo plaatselijk. Onthoud wat ze je doet en deed. Ontmoet het gelukswezen van de rust. Ontmoet de iele dood van de stadse aanwezigheid. Ontmoet de laatheid van de avond. Ontmoet de diepte van de nacht. De diepte van de nacht is de diepte van de ogen die jou aanvaarden. Verre sterre-ogen.
VI
Houd de nacht vast als een bloem. Een nacht die ik jou aanbied als de siddering van je schoot. Als. Als. Houd deze nacht vast als een kaars en blijf haar branden door te kijken, door haar aan te blijvenxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6..kijken.
VI
Op deze nacht grond ik een droom. Grond ik een heden. Ik weet, dat een nacht zo nacht kan zijn als deze. Zulk een nacht bestaat. Zulk een nacht bestaat ook.
VII
Velden waarvan de mist opstijgt. De sluier van een trekvogel. In het warme zuiden ligt het dromenland. Vuurwerk boven de Middenlandse Zee.
VIII
Oh, ik ontplof van liefde. Ik smelt van verlangen. Nu verlang ik naar het donker. Naar de wezenloze mist. Naar dit van deze nacht. Naar het dit. Oh geliefde nevels. Oh geur die mij omarmt. Oh verlatenheid die mijn oren streelt en mijn honger stilt, mijn honger steelt.
IX
Ik mag dit niet vergeten. Nacht. Je maakte me gelukkig. Nooit zag ik het geluk zo naakt en zo nabij. Geluk. Dat zag eruit als jij. Zo nachtelijk.
X
Vannacht zag ik de nacht in concert. Ze speelde, ik hoorde het, een nevelmelodie. Ik zag hoe zacht het gras geurde. Ik zag hoe mild het duister was gestemd. Ik kon de rust aanraken met een vinger van mijn hart.
XI
Hoe ongelovig zuiver is het duister. Zo ervaarderig. Duister zuiver. Meer wil je niet weten van het raadsel. Je wilt oplossen in het raden en duiken in het diepe duister. Het vermoeden reikt naar jou om jou te strelen. Weet. Je werd verwacht.
XII
Vandaag is het stil. Zo hoort het. Vandaag is het stil. Hier woon ik. In de stilte van het huis. Dit stille huis waar ik thuisxe2x80xa6xe2x80xa6xe2x80xa6.hoor.
XIII
Ik sliep. Zo zag vrede eruit. Ik werd wakker en meteen was het oorlog. Meteen was het chaos en ik.
XIV
Al wat gebeurt. Het is bedoeld om mij te beangstigen, te verontrusten of te fascineren. Het is bedoeld om mij te laten bidden, hopen, wanhopen, dromen. Et is bedoeld om het mij uit te laten schreeuwen van pijn. Reactie.
XV
Ik begrijp de wereld niet. Ik begrijp mijn lust. Dat wil zeggen: Ik gehoorzaam aan het branden van mijn zinnen en ik brand. Ik geef gehoor aan de roep om genot. Ik begrijp het bestaan niet. Het bestaan is mijn lichaam dat bestaat.
XVI
Ik leeg me. Alles is noodzaak vanwege de onzichtbare reden.
XVII
Gehuild wordt er door een kind. Het kon mijn verdriet zijn, mijn pijn. Die ken ik beter. Het kind huilt luid en voorlopig onophoudelijk. Het huilt nog. Het huilt nog steeds. Het huilt zich in leven. Leven. In wezen de enige reden.
XVIII
Zo ben ik vervlochten met mijn zijn, mijn wezen: het zijn. Niet altijd even verknocht aan de pijn die het zijn met zich meebrengt. Ik ben. En ook de pijn is.
IXX
Ik doe geen moeite voor grootheid, schittering. Het grootste aan mij is de regelmaat en de angst en de pijn. Ik kan niet groter zijn dan de angst. Mijn angst.
XX
Oh geliefde nacht. Dit geluk heb ik allen gekend. Voor dit geluk is eenzaamheid van node. Geluk, dat zo ondeelbaar is. Geluk zo heel. Zo heel gelukkig. Dit geluk is zo gelukkig. Dit geluk. Het is mij. Dit geluk ben ik.
XXI
Dit geluk. Het moet blijven duren. Ik wil niet slapen. Ik wil niet ongelukkig wakker worden. Ik wil dromen en blijven dromen, dat de werkelijkheid niet waar is. Dat het ongeluk bedrog is.
–
nacht
hoe zal ik je beschrijven
als de kale boom voor mijn raam
donker in het donker
als de stilte van mijn huis
met als enige geluid
het geruis in de radiatoren
en niemand thuis
behalve ik
die de nacht beseft
en niet de eenzaamheid
als de rust van het niet gebeuren
de rust van het niet deelnemen aan de wereld
aan gelukkig noch ongelukkig zijn
nacht
hoe zal ik je beschrijven
als het tijdstip waarop ik dit schrijf
het tijdstip
waarop ik behoor te slapen
waarop ik wakker ben
nacht
nacht
ik houd mijn wake
bij de nacht die sterft
–
nacht, het regent
ik ben in tuin
in touw
ik juich
voel hoe het zaad
een ladder wordt aangereikt
om in op te klimmen
ik juich
de regen valt
mijn armen gaan omhoog
het zaad wordt getild
naar een hoger plan
nacht, het regent
de bevrijder is gekomen
ik juich
de grond wordt
van droogte verlost
–
17 mei
Het regent
Op een meinacht
Om 4.12 uur
Ik hoor
Druppels
Op het tentdak van
De buren
Druppels op de stoelen
En de tafel
In mijn tuin
We delen
Gezamenlijk de regen
–